goedaardig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goed·aar·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van goed en aard met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen goedaardig goedaardiger goedaardigst
verbogen goedaardige goedaardigere goedaardigste
partitief goedaardigs goedaardigers -

Bijvoeglijk naamwoord

goedaardig

  1. geen schade aanrichtend, niet gevaarlijk
    • Een goedaardige tumor. 
  2. met een goed karakter
    • Een goedaardige inborst. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie