boomkruiper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·krui·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boomkruiper boomkruipers
verkleinwoord boomkruipertje boomkruipertjes

Zelfstandig naamwoord

boomkruiper m

  1. (vogels) Certhia brachydactyla op Wikispecies een klein bruin zangvogeltje met een slanke gebogen snavel dat zijn voedsel in de schorsspleten van een boomstam zoekt
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid