boezemvriend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boe·zem·vriend
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boezemvriend boezemvrienden
verkleinwoord boezemvriendje boezemvriendjes

Zelfstandig naamwoord

boezemvriend m

  1. een persoon met wie men een diepe verwantschap ervaart op het gebied van vriendschap.
    • Zij was niet getrouwd met haar boezemvriend. 
Synoniemen
  1. soulmate, geestverwant
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie