boezemvriend
Uiterlijk
- Geluid: boezemvriend (hulp, bestand)
- IPA: / ˈbuzəmˌvrint / (3 lettergrepen)
- boe·zem·vriend
- samenstelling van boezem zn en vriend zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | boezemvriend | boezemvrienden |
| verkleinwoord | boezemvriendje | boezemvriendjes |
de boezemvriend m
- een persoon met wie men een diepe verwantschap ervaart op het gebied van vriendschap.
- Zij was niet getrouwd met haar boezemvriend.
- ▸ Voor de zoveelste maal maakte hij een saluutgebaar naar Teun, die in acht dagen tijd van een volstrekt onbekende tot een boezemvriend was uitgegroeid.[1]
- Het woord boezemvriend staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "boezemvriend" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %