ziende
Uiterlijk
- zien·de
- ziend met de uitgang -e
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ziende | zienden |
| verkleinwoord |
- iemand die ziet of kan zien
- ▸ Op het instituut werd je geleerd dat je net moet doen alsof je ziet. Mijn stokloopleraar zei altijd: je moet zó over straat kunnen lopen dat de mensen denken: hé, daar loopt een ziende. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Niemand zal ooit denken: daar loopt een ziende. Het begon er dus al mee dat je jezelf moest verloochenen. Je moest als blinde zo onopvallend mogelijk zijn.[1]
ziende
| vervoeging van: | zien |
ziende
- verbogen vorm van ziend, het onvoltooid deelwoord van zien
- ziende blind zijn
door een sterke overtuiging belangrijke informatie toch negeren
- Het woord ziende staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ziende" herkend door:
| 93 % | van de Nederlanders; |
| 94 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑
Weblink bron Vincent Bijlo interview door Henk van Gelder“Gesprek met cabaretier Vincent Bijlo over zijn romandebuut; Hé, daar loopt een ziende” (6 februari 1998) op nrc.nl
- ↑
Weblink bron Tilly Noord“Ramp voor slechtzienden” (15 april 2014) op nrc.nl
- ↑
Weblink bron A. Vloemans“De lichten van Europa worden gedoofd : Het testament van een leven en van een cultuur.” (16 april 1955) op nrc.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Verbogen vorm van het onvoltooid deelwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 93 %
- Prevalentie Vlaanderen 94 %