biechtvader

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • biecht·va·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord biechtvader biechtvaders
verkleinwoord biechtvadertje biechtvadertjes

Zelfstandig naamwoord

biechtvader m

  1. een priester die biechten afneemt
    • Ga onmiddellijk naar de biechtvader toe! 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie