bewondering

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·won·de·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bewondering -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bewondering v

  1. het bekijken met enig ontzag
    • Ik heb erg veel bewondering voor hem. 
    • Er klonken kreten van bewondering uit de menigte. [1] 
  2. bekijken met enig genoegen
    • De man glimlachte van bewondering naar het rapport van zijn zoon. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 96