bewondering

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·won·de·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bewondering -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bewondering v

  1. het bekijken met enig ontzag
    Ik heb erg veel bewondering voor hem.
  2. bekijken met enig genoegen
    De man glimlachte van bewondering naar het rapport van zijn zoon.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.