betrokkenheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·trok·ken·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord betrokkenheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

betrokkenheid v

  1. het bij iets betrokken zijn
    • Ik heb geen betrokkenheid hierbij. 
  2. (juridisch), (pregnant) medeplichtig zijn aan iets strafbaars
    • Hij zit een celstraf uit voor betrokkenheid bij de invoer van drugs. 
  3. (pregnant) zich ergens nauw mee verbonden voelen, zich ergens voor inzetten
    • Ze heeft blijk gegeven van haar grote betrokkenheid bij het project. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen