bestemmeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·stem·me·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bestemmeling bestemmelingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bestemmeling m

  1. (België) diegene voor wie een brief of pakket bestemd is
    • Hij is de bestemmeling van deze brief. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

30 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.