Naar inhoud springen

beschaamd

Uit WikiWoordenboek
We zijn geschokt. We zijn beschaamd. We rouwen.
  • be·schaamd
  • vervoeging van beschamen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel [1]
vervoeging van: beschamen…
verbogen vorm: beschaamde

beschaamd

  1. voltooid deelwoord van beschamen
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen beschaamdbeschaamderbeschaamdst
verbogen beschaamdebeschaamderebeschaamdste
partitief beschaamdsbeschaamders-

beschaamd

  1. vol met de neiging zich te verbergen voor anderen, verlegen
    • De beschaamde ouders wilden niet onderkennen dat hun jonge dochter zwanger was. 
     Hoewel zijn collega's volwassen mannen waren, hadden ze een manier om over vrouwen te praten die hem even neerslachtig als beschaamd maakte.[2]

beschaamd

  1. vol met de neiging zich te verbergen voor anderen, verlegen
     Ze keek beschaamd voor zich uit toen een passerende verpleger zijn hoofd haar kant op draaide.[3]
     Ik lach hard om het gesprek een beetje lucht te geven. Joy sist beschaamd. Zij houdt maar heel selectief van mijn lach.[4]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. beschaamd op website: Etymologiebank.nl
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044628142
  3. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  4. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be