verlegen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·le·gen
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verlegen verlegener verlegenst
verbogen - verlegenere -

Bijvoeglijk naamwoord

verlegen

  1. onzeker tegenover anderen
    Waarom ben jij toch zo'n verlegen jongen? Dat is toch helemaal niet nodig.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Werkwoord

vervoeging van
verliggen

verlegen

  1. voltooid deelwoord van verliggen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie