beminde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·min·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van bemind met het achtervoegsel -e
enkelvoud meervoud
naamwoord beminde beminden
verkleinwoord bemindetje bemindetjes

Zelfstandig naamwoord

beminde m

  1. (formeel) geliefde
    • Jij was altijd al mijn beminde. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beminnen

beminde

  1. enkelvoud verleden tijd van beminnen
    • Ik beminde. 
    • Jij beminde. 
    • Hij, zij, het beminde. 

Deelwoord

beminde

  1. verbogen vorm van het voltooid deelwoord bemind van beminnen

Bijvoeglijk naamwoord

beminde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van bemind

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.