beminnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
beminnen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·min·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beminnen
beminde
bemind
zwak -d volledig

Werkwoord

beminnen

  1. overgankelijk amoureuze gevoelens voor iemand koesteren
    • "Ik bemin jou" is eigenlijk een nog romantischer "Ik hou van jou", vooral als het antwoord "Ik ook van jou" is. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.