beminnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
beminnen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·min·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van minnen met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beminnen


beminde


bemind


zwak -d volledig

Werkwoord

beminnen

  1. (overgankelijk) amoureuze gevoelens voor iemand koesteren
    "Ik bemin jou" is eigenlijk een nog romantischer "Ik hou van jou", vooral als het antwoord "Ik ook van jou" is.
Vertalingen