bekendheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·kend·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bekendheid bekendheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bekendheid v

  1. het bekend zijn bij velen
    • Hij verwierf hierdoor grote bekendheid. 
  2. het bekend zijn met iets
    • Zijn bekendheid met deze materie is een groot voordeel voor onze vereniging. 
  3. iemand die bekend is
    • Hij is een bekendheid in Gouda en omstreken: de portier van de Goudse Schouwburg, Will Bos. [1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. AD.nl (25 mei 2008). "Portier schouwburg nu zelf op podium". Geraadpleegd op 3 juli 2012.