beiaardier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De beiaardier aan z'n manuaal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bei·aar·dier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beiaardier beiaardiers
verkleinwoord beiaardiertje beiaardiertjes

Zelfstandig naamwoord

beiaardier m

  1. (muziek), (beroep) iemand die een beiaard of carillon bespeelt
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be