behoren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ho·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
behoren
behoorde
behoord
zwak -d volledig

Werkwoord

behoren

  1. absoluut ~ bij een eenheid vormen met of een onderdeel uitmaken van.
    • Vroeger behoorde Indonesië bij Nederland. `
  2. ~ tot deel uitmaken van
    • Vroeger behoorde Indonesië tot Nederland 
  3. absoluut ~ te onderdeel uitmaken van wat gebruikelijk is of tot de fatsoensnormen gerekend wordt, dienen, horen
    • Dit behoort met een stemming gepaard te gaan. 
Vaste voorzetsels
  • behoren bij
  • behoren tot
  • behoren aan: is in het bezit van
    • Dit huis behoort aan de directeur van de fabriek. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

behoren tot

  1. onderdeel zijn van
    • Vies sanitair en vieze toiletten behoren tot de grootste ergernissen van Nederlandse werknemers. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen