onbehoorlijk
Uiterlijk
- Geluid: onbehoorlijk (hulp, bestand)
- IPA: / ˌɔmbəˈhorlək / (4 lettergrepen)
- on·be·hoor·lijk
- Afgeleid van naamwoord van handeling van behoren met het voorvoegsel on- en met het achtervoegsel -lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | onbehoorlijk | onbehoorlijker | onbehoorlijkst |
| verbogen | onbehoorlijke | onbehoorlijkere | onbehoorlijkste |
| partitief | onbehoorlijks | onbehoorlijkers | - |
onbehoorlijk
- niet zoals het hoort, niet fatsoenlijk
- Dat is een onbehoorlijke opmerking in het bijzijn van de koningin.
- Het woord onbehoorlijk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onbehoorlijk" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel on- in het Nederlands
- Achtervoegsel -lijk in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %