onbehoorlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·be·hoor·lijk
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onbehoorlijk onbehoorlijker
verbogen onbehoorlijke

Bijvoeglijk naamwoord

onbehoorlijk

  1. niet zoals het hoort, niet fatsoenlijk
    Dat is een onbehoorlijke opmerking in het bijzijn van de koningin.