begiftigen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: vergiftigen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·gif·ti·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘beschenken met’ voor het eerst aangetroffen in 1477 [1]
  • Afgeleid van gift met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -ig
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
begiftigen
begiftigde
begiftigd
zwak -d volledig

Werkwoord

begiftigen

  1. overgankelijk een gift overhandigen
    • Hij begiftigde de organisatie. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen