beffen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bef·fen
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘cunnilingus bedrijven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1972 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beffen
befte
gebeft
zwak -t volledig

Werkwoord

beffen

  1. overgankelijk, (seksualiteit) het oraal bevredigen van een vrouw door haar geslachtsdelen te likken of met de tong te 'betasten'
    • Door te beffen kunnen ook soa's overgedragen worden. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

beffen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bef

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen