bef

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Jongeman met bef.


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bef
enkelvoud meervoud
naamwoord bef beffen
verkleinwoord befje befjes

Zelfstandig naamwoord

bef v/m

  1. (kleding) een kanten lapje dat op de borst gedragen werd in vroeger eeuwen [1]
    • De bef was eigenlijk een soort slabbetje. 
  2. (informeel) vrouwelijk geslachtsdeel [2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
beffen

bef

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beffen
    • Ik bef. 
  2. gebiedende wijs van beffen
    • Bef! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beffen
    • Bef je? 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl (kanten lapje)
  2. etymologiebank.nl (vr. gesl. deel)