bedoelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·doe·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van doelen met het voorvoegsel be- of afgeleid van doel met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedoelen
bedoelde
bedoeld
zwak -d volledig

Werkwoord

bedoelen

  1. met een woord of toespeling iets of iemand aanduiden of proberen aan te duiden
    • Ik bedoel maar te zeggen dat ik wél even gelijk had... 
  2. overgankelijk iets met een bepaald oogmerk doen
    • Zo kwaad was het nou ook weer niet bedoeld. 
    • Het was goed bedoeld. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.