basissalaris

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·sis·sa·la·ris
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord basissalaris basissalarissen
verkleinwoord basissalarisje basissalarisjes

Zelfstandig naamwoord

basissalaris o [1]

  1. salaris zonder extra toeslagen of bonussen
    • Kleisterlee wijst erop dat het basissalaris van Van Beurden vorig jaar met 1,6 miljoen euro nauwelijks is gestegen. De topman kreeg daarnaast in totaal 18,2 miljoen aan bonussen uitgekeerd. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen