Naar inhoud springen

barrière

Uit WikiWoordenboek
  • bar·ri·è·re
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘versperring’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1650 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord barrière barrières
verkleinwoord barrièretje barrièretjes

debarrièrev/m

  1. begrenzing, bescherming, belemmering
    • Zijn lage opleiding vormde een barrière voor zijn verdere promotie. 
    • Wij moesten stoppen want de brokstukken van het ongeluk vormde een barrière. 
     Ik legde mijn handen op de marmeren brugleuning en keek neer op het gewemel op het groenblauwe water, dat eerder een levensader was dan een barrière.[2]
     Diep in hun hart wilden ze wel met elkaar praten, maar barrières van zelfverwijt en lethargie lieten dit niet toe.[3]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[4]


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  barrière     la barrière     barrières     les barrières  

barrière v

  1. (historisch) stadspoort
    «À deux heures du matin nos quatre aventuriers sortirent de Paris par la barrière Saint-Denis;»[1]
    Om twee uur in de morgen verlieten onze vier avonturiers Parijs door de stadspoort van Saint-Denis
  2. afsluitboom
  3. hek, omheining, schutting
  4. versperring
  5. (figuurlijk) barrière, hindernis, obstakel
  1. Bronlink Weblink bron “Les Trois Mousquetaires”, digitale editie op de Franse Wikisource van MM. Dufour et Mulat, 1849 (1844), p. 161