barrière

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bar·ri·è·re
enkelvoud meervoud
naamwoord barrière barrières
verkleinwoord barrièretje barrièretjes

Zelfstandig naamwoord

barrière v/m

  1. begrenzing, bescherming, belemmering
    • Zijn lage opleiding vormde een barrière voor zijn verdere promotie. 
    • Wij moesten stoppen want de brokstukken van het ongeluk vormde een barrière. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie