schutting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Huis met schutting

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schut·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schutting schuttingen
verkleinwoord schuttinkje schuttinkjes

Zelfstandig naamwoord

schutting v

  1. gewoonlijk dichte afscheiding tussen twee tuinen, stukken land, windvang
    • De dief klom over de schutting maar werd geconfronteerd met een stevige hond. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be