prestige

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pres·ti·ge
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zedelijk overwicht’ voor het eerst aangetroffen in 1795 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord prestige prestiges
verkleinwoord prestigetje prestigetjes

Zelfstandig naamwoord

prestige o

  1. een goede naam op grond van echte prestaties en capaciteiten
    • Hij had een mooi prestige behaald. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen