attest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • at·test
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord attest attesten
verkleinwoord attestje attestjes

Zelfstandig naamwoord

attest o

  1. schriftelijk bewijs
    • De sporter heeft een medisch attest voor het middel waarvan sporen werden aangetroffen bij de dopingcontrole. 
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie