certificaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Certificaat van echtheid
Uitspraak
Woordafbreking
  • cer·ti·fi·caat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord certificaat certificaten
verkleinwoord certificaatje certificaatjes

Zelfstandig naamwoord

certificaat o

  1. een schriftelijk bewijs
    Zij komt binnenkort met een aparte regeling voor minidrones, met een gewicht tot 4 kilo. Professionele en particuliere gebruikers hebben daar geen papieren voor nodig. Drones van 4 tot 150 kilo moeten worden gekeurd, de piloot moet een brevet hebben, en het bedrijf een certificaat.[1]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • Mark Duursma NRC 5 april 2016