testimonium

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tes·ti·mo·ni·um
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn
enkelvoud meervoud
naamwoord testimonium testimoniums
testimonia
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

testimonium o

  1. getuigenis, bewijs
    • Jezus wordt ook genoemd in een passage die bekend is geworden als het Testimonium Flavianum, oftewel de getuigenis van Flavius (Josephus). Deze tekst spreekt over Jezus’ dood en opstanding en noemt Hem ’een wijs man’ en ’de Christus’. Wetenschappers beschouwen laatstgenoemde passage in het algemeen als een latere christelijke bewerking van Josephus. [1] 
    • Een Haarlemse lezeres ergerde zich aan de ‘onnodige deftigheid’ van ‘Latijnse, Franse of Duitse citaten in NRC’ (17 maart). Want als ‘gewone NRC-lezer’ heeft zij nou eenmaal ‘geen klassieke opleiding genoten’. Aanleiding voor haar brief was testimonium paupertatis in het commentaar van 14 maart. [2] 
    • Het tweetal is geportretteerd door neef Elkan Spiller. Een testimonium dat de Holocaust nooit afgelopen is. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Telegraaf 09 feb. 2015 Bewijs Jezus?
  2. NRC Albert AppeloAlbert LeussinkNanet van Braam HouckgeestHans VosA.J.M. van Unnik 20 maart 2015 Testimonium van verval
  3. NRC Dana Linssen 7 oktober 2015 Moeder, zoon en Holocaust