ast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

ast
Uitspraak
Woordafbreking
  • ast
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van eest[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord ast asten
verkleinwoord astje astjes

Zelfstandig naamwoord

ast m [2] [3] [4]

  1. (verouderd) geperforeerde verwarmde vloer in een bierbrouwerij
Synoniemen

Gangbaarheid

27 % van de Nederlanders;
49 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen


Oudhoogduits

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Germaanse *astaz

Zelfstandig naamwoord

ast m

  1. tak, twijg
Overerving en ontlening


Oudsaksisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Germaanse *astaz

Zelfstandig naamwoord

ast m

  1. tak, twijg
Overerving en ontlening