twijg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twijg
enkelvoud meervoud
naamwoord twijg twijgen
verkleinwoord twijgje twijgjes

Zelfstandig naamwoord

twijg v/m

  1. een dun buigzaam takje van een boom of struik
    • Manden kunnen ook van twijgen gevlochten worden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie