asgrauw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Grauwe as

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·grauw
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen asgrauw asgrauwer asgrauwst
verbogen asgrauwe asgrauwere asgrauwste
partitief asgrauws asgrauwers -

Bijvoeglijk naamwoord

asgrauw

  1. (kleur) de grauwe kleur van as hebbend
     We varen op haar richtingsgevoel, steeds dieper het bos in. Het ligt er mysterieus bij – asgrauw, mistig, en de bladeren lijken wel als enige aan het sepia-effect te zijn ontsnapt.[1]
  2. (figuurlijk) blijk gevend van verslagenheid
     Zijn asgrauwe gezicht behoorde toe aan een man die per vergissing een enkele reis hel had genomen en zich realiseerde dat zijn leven voorbij was.[2]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 1 februari 2021 Weblink bron Dennis Boxhoorn “Dafne Schippers: ‘Ik ben pas 28 en heb nu al een rugzak vol’” (27 december 2020) op nrc.nl
  2. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be