Naar inhoud springen

appelleren

Uit WikiWoordenboek
  • ap·pel·le·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
appelleren
appelleerde
geappelleerd
zwak -d volledig

appelleren [6] [7]

  1. inergatief ~aan een beroep doen op, speculeren op
    • Zij appelleerden aan zijn vaderlandsliefde. 
  2. inergatief (juridisch) ~ van in hoger beroep gaan, in appel gaan
    • .. dat er ook door hem van een vrijspraak-vonnis kan geappelleerd worden,[8] 
  3. inergatief (sport) als speler de scheidsrechter roepen i.v.m. een bepaalde spelsituatie
93 %van de Nederlanders;
88 %van de Vlamingen.[9]