anatoom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·toom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord anatoom anatomen
verkleinwoord anatoompje anatoompjes

Zelfstandig naamwoord

anatoom m

  1. (beroep), (medisch) een persoon die kennis draagt van de (menselijke) anatomie
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen