nimmer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nim·mer
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van tijd: nooit’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220 [1]

Bijwoord

nimmer

  1. op geen enkel moment
    • Dat is nimmer het geval. 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen