aftrekking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·trek·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aftrekking aftrekkingen
verkleinwoord aftrekkinkje aftrekkinkjes

Zelfstandig naamwoord

aftrekking v

  1. (wiskunde) rekenkundige bewerking waarbij een getal van een ander getal afgetrokken wordt
    • Probeer deze aftrekking nog maar eens. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be