afstoffen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het afstoffen van koffers in Palmyra na een rit in de woestijn (1950)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·stof·fen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afstoffen
/ˈɑfstɔfə(n)/
stofte af
/ˌstɔftəˈʔɑf/
afgestoft
/ˈɑfxeˌstɔft/
zwak -t volledig

Werkwoord

afstoffen

  1. overgankelijk ontdoen van stof
    • Hij heeft vandaag de meubels afgestoft. 
  2. (figuurlijk) iets dat je lang niet gebruikt hebt gereedmaken om weer te gebruiken
     Mijn kinderen staan trouwens absoluut niet te trappelen om zelf ook lange wandelingen te gaan maken. Een boswandeling vinden ze al saai, maar ik heb goede hoop dat ze later in hun leven hun bergschoenen zullen afstoffen en op reis gaan. We zullen zien.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be