afspraakje
Uiterlijk
- Geluid: afspraakje (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɑfsprakjə / (3 lettergrepen)
- af·spraak·je
| [2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | (afspraak) | (afspraken) |
| verkleinwoord | afspraakje | afspraakjes |
het afspraakje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord afspraak
- ▸ Bel de praktijk voor een kort afspraakje om het draadje af te knippen.[1]
- alleen verkleinwoord belofte van twee verliefde mensen om elkaar op een bepaalde tijd en plaats te ontmoeten
- Het woord afspraakje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron Gearchiveerde versie “Is er iets mis met je beugel?” op tandheelkundigcentrum.nl - ↑ “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑ Jessie Burton (vert.Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -je in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Betekenis alleen als verkleinwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal