affect

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: effect

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·fect
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord affect affecten
verkleinwoord affectje affectjes

Zelfstandig naamwoord

affect o

  1. (psychologie) aandoening van het gemoed, gemoedsaandoening; plotselinge, hevige emotie of gemoedstoestand
  2. gevoelswaarde, connotatie
  3. (psychologie) patroon van waarneembaar gedrag waarmee een subjectief gevoel (of emotie) tot uitdrukking wordt gebracht
Verwante begrippen

Meer informatie


Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelfranse affecter.
vervoeging
onbepaalde wijs to affect
he/she/it affects
verleden tijd affected
voltooid
deelwoord
affected
onvoltooid
deelwoord
affecting
gebiedende wijs affect

Werkwoord

affect

  1. affecteren
  2. beïnvloeden