adducere

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /adˈduːkɛˌrɛ/
Woordafbreking
  • ad·du·ce·re
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
ăddūcĕre ăddūco ăddūxi ăddŭctum
derde vervoeging volledig

Werkwoord

ǎddūcĕre

  1. brengen, leiden (naar), aanbrengen
  2. in een toestand brengen
  3. overhalen, overtuigen
  4. aantrekken, aanhalen
Afgeleide begrippen