addendum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·den·dum
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn
enkelvoud meervoud
naamwoord addendum addenda
verkleinwoord addendumpje addendumpjes

Zelfstandig naamwoord

addendum o

  1. bijlage
    • Sommigen, onder wie partijleider Sybrand van Haersma Buma, vinden dat naar de stem van de kiezer moet worden geluisterd. Anderen, onder wie een aantal senatoren, vinden dat een pro-Europese partij als het CDA het verdrag gewoon moet ratificeren. Of in elk geval premier Mark Rutte moet steunen bij diens poging een juridisch bindend addendum aan het verdrag toe te voegen.[1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders
84 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Titia Ketelaar 14 november 2016