werkzaam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·zaam
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen werkzaam werkzamer werkzaamst
verbogen werkzame werkzamere werkzaamste
partitief werkzaams werkzamers -

Bijvoeglijk naamwoord

werkzaam

  1. als werknemer bezig
    • Hij was daar al enige tijd werkzaam geweest. 
  2. (medisch) verantwoordelijk voor veranderingen in het lichaam bij inname
    • Dit is het werkzame bestanddeel van dit kruid. 
  3. (geologie) actief
    • Dit is de werkzaamste vulkaan van het eiland. 
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: werkzaam zijn bij
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.