achterzak
Uiterlijk
- ach·ter·zak
- samenstelling van achter en zak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | achterzak | achterzakken |
| verkleinwoord | achterzakje | achterzakjes |
de achterzak m
- een zak aan de achterkant van een kledingstuk
- Er zat een gat in de achterzak.
- ▸ Hbib had een nieuwe geplette sigaret uit zijn achterzak gehaald en tussen het in- en uitademen door haar het huis van een vriendin aangeboden.[1]
1. een zak aan de achterkant van een kledingstuk
- Het woord achterzak staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "achterzak" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Safae el Khannoussi“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %