aanpassing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·pas·sing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanpassing aanpassingen
verkleinwoord aanpassinkje aanpassinkjes

Zelfstandig naamwoord

aanpassing v

  1. een verandering zodat iets beter werkt
    • Dat was de goede aanpassing waardoor het computerprogramma eindelijk goed werkte. 
  2. het zich aanpassen
    • Hij maakte een aanpassing in zijn manier van lesgeven. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie