aanzoeken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·zoe·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanzoeken
zocht aan
aangezocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

aanzoeken

  1. een aanzoek doen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

aanzoeken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aanzoek

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.