aanwinst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·winst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanwinst aanwinsten
verkleinwoord aanwinstje aanwinstjes

Zelfstandig naamwoord

aanwinst v

  1. iets nieuws dat erbij komt
    • De nieuwe schilderijen van Rembrandt waren een hele aanwinst voor het Rijksmuseum. 
  2. wat aangewonnen wordt of is
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.