aansprakelijkers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·spra·ke·lij·kers

Bijvoeglijk naamwoord

aansprakelijkers

  1. partitief van de vergrotende trap van aansprakelijk
    • Dat is iets aansprakelijkers...