aanschikken
Uiterlijk
- Geluid: aanschikken (hulp, bestand)
- IPA: / ˈansxɪkə(n) / (3 lettergrepen)
- aan·schik·ken
- samenstelling van aan vz en schikken ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanschikken |
schikte aan |
aangeschikt |
| zwak -t | volledig | |
aanschikken
- ergatief aan tafel plaatsnemen
- Toen hij thuis kwam was het eten al klaar. Hij kon meteen aanschikken.
- dichter bij elkaar gaan zitten
- [1] aanschuiven
- Het woord aanschikken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Ergatief werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal