aanschuiven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·schui·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanschuiven
schoof aan
aangeschoven
klasse 2 volledig

Werkwoord

aanschuiven

  1. overgankelijk schuivend dichtbij brengen of aanbrengen
  2. ergatief aan tafel komen zitten om mee te eten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.