aanschieten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·schie·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanschieten
schoot aan
aangeschoten
klasse 2 volledig

Werkwoord

aanschieten

  1. licht raken
  2. vlug aandoen
  3. toesnellen
Spreekwoorden
  • (volks) aangeschoten: licht dronken
  • iemand aanschieten: terloops naar iemand komen en hem aanspreken

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.