aanrander

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ran·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanrander aanranders
verkleinwoord aanrandertje aanrandertjes

Zelfstandig naamwoord

aanrander m

  1. een persoon, in de regel van het mannelijke geslacht die iemand anders aanvalt om seksuele redenen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie