aanplakbiljetten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·plak·bil·jet·ten

Zelfstandig naamwoord

aanplakbiljetten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aanplakbiljet

Gangbaarheid